Tijdens koude nachten hoeft de nestkast niet worden opgewarmd . De ouders houden de jongen
goed warm van ‘s avonds tot de ochtend . Met een tijdschakelklok kan de verwarming ‘s ochtends
worden aangezet tot het opnieuw donker word .
Plaats de verwarmingsplaat steeds aan een zijwand van de nestkast zodat de jongen zich kunnen
verplaatsen , verder van of dichter bij de warmtebron .
Zet de verwarmingsplaat niet aan tijdens het broeden . De eieren kunnen uitdrogen .
Zet de verwarming pas aan als de jongen uit het ei zijn en wanneer de temperatuur te laag is .
Tekst en foto’s : F.D.