Lori’s zijn de kleurrijkste en prachtigste vogels ter wereld. De kleuren zijn ongeëvenaard
zowel bij de vrouwtjes en de mannen. Het zijn actieve, speelse en nieuwsgierige vogels.
Deze attractieve kromsnavels vragen vaak om aandacht en zoeken de verzorger op wat
bijzonder veel voldoening geeft. De 53 soorten komen vooral voor in Australië, Nieuw-Guinea
en omliggende eilanden, Indonesië, de Salomon eilanden, Polynesië en Tasmanië. Naargelang
de soort leven ze in regenwoud, mangroven gebieden, plantages, laag- en hoogvlakten,
zelfs bergwouden tot 3650m hoog. Daar voeden ze zich met nectar, pollen, vruchten,
insekten en sommige soorten nemen zelfs onrijpe zaden tot zich. Lori’s leggen twee
witte eieren die 23 tot 26 dagen worden bebroed. Nadien verblijven de jongen ongeveer
twee maand in het nest. De jongen zijn zeer vlug zelfstandig en worden na een 3-tal
weken afzonderlijk geplaatst. Wanneer de jongen door een driftige vader worden geplaagd
mogen ze onmiddellijk na het uitvliegen worden weggenomen. Dit is zeker niet nadelig
voor de verdere ontwikkeling van de jongen. De ervaring heeft geleerd dat ze dan
veel meer voeding tot zich nemen in verhouding met wat ze van de ouders gevoerd krijgen.
De grote soorten zijn goed bestand tegen ons klimaat. Tijdens de wintermaanden kunnen
ze in de buitenvolière verblijven zonder enige verwarming. Enkel een goed beschut
nachthok moet ter beschikking zijn met een dikwandig nestkast. De kweek kan zelfs
doorgaan tijdens de koudere maanden waarbij de jongen geen hinder ondervinden. Voor
de kleinere soorten lori’s is het aangeraden om tijdens deze periode een warmtebron
te voorzien.